Meditatie: Bestemming (on)bekend

Abraham vertrekt'Door het geloof is Abraham, toen hij geroepen werd, gehoorzaam geweest om weg te gaan naar de plaats die hij tot een erfdeel ontvangen zou. En hij is weggegaan zonder te weten waar hij komen zou. Door het geloof is hij een inwoner geweest in het land van de belofte als in een vreemd land en heeft hij in tenten gewoond, met Izak en Jakob, die mede-erfgenamen waren van dezelfde belofte. Want hij verwachtte de stad die fundamenten heeft, waarvan God de Bouwer en Ontwerper is.'
Hebreeën 11:8-10
 
Het is wel handig als je weet waar je heen gaat. Als predikant bijvoorbeeld. Een beroep wordt uitgebracht. En na een paar weken verschijnt het bericht in de krant, staat het op dominees.nl of lees je het op Facebook. Mocht hij aannemen, dan is de bestemming bekend.
Het is wel handig als je weet waar je heen gaat. Niet alleen bij verhuizingen, maar ook met vakantieplannen of dagjes uit.
 
Op een dag staat er in Haran een hele karavaan klaar om te vertrekken. Mensen, dromedarissen, vee en noem maar op. Voorop staat een bekende uit de stad: Abram. Blijkbaar gaat hij op reis. En zomaar vraagt iemand aan hem: ‘Beste Abram, waar ga je eigenlijk naartoe?’ Even verrassend als onverwacht is het antwoord: ‘Geen idee.’ Hè? Geen idee? Man, je bent al aardig op leeftijd, je hebt levenservaring. Dan ga je toch niet op de bonnefooi vertrekken? ‘Ja, ik ga op de bonnefooi. Maar dan wel in de letterlijke betekenis van het woord: au bon foi, op goed geloof! Want het is de HEERE Die mij geroepen heeft.’ Over wie heeft hij het nú weer, vragen zijn stadsgenoten zich af. Een andere G/god blijkbaar dan de goden die horen bij de stammen in Haran. ‘Ja. Ik heb Zijn stem gehoord uit de hemel. “Ga naar het land dat Ik u wijzen zal”, zei Hij. En daarom ga ik. Omdat ik geloof dat ik die Stem gehoorzamen moet!’
Niet op goed geluk is Abraham gegaan, maar in goed vertrouwen. Eeuwen later schrijft iemand aan mensen die geloven in Jezus Christus: ‘Hij is weggegaan zonder te weten waar hij komen zou.’ Bestemming onbekend. En toch niet als avonturier. Maar als de vader van alle gelovigen. Van mensen die al jaren in hetzelfde dorp wonen en in dezelfde kerk samenkomen. Van wat minder honkvaste mensen, die vanwege werk een andere woonplaats zoeken en daar tot de gemeente van Christus gaan behoren. Van dominees, die geroepen worden om de haringen weer eens uit de grond te trekken.
 
Stelt u zich eens voor… zo’n stem zou ons in de oren klinken. En we zouden er gehoor aan geven. Ik denk dat mensen om ons heen ons vriendelijk doch dringend zouden adviseren om een bezoekje te brengen aan de huisarts. Om van hem een verwijzing naar de psychiater te krijgen. Laat je toch nakijken…
 
En toch ging Abraham. En hij kwam ook op de plek die God hem wees. Kanaän. Daar zal zijn nageslacht wonen. En meer nog: daar zal zijn Nageslacht wonen. Met een hoofdletter. De Beloofde, Die komen zou. De Messias van Israël, de Redder van de wereld. Daarom ging Abraham, met gesloten ogen naar het onbekende land.
En daar werd hij iemand zonder vaste woon- of verblijfplaats. In een vreemd land. Wonend in een tent. Abraham was een kampeerder. De pinnen niet te vast in de grond. Als het moest kon hij opbreken en verder trekken.
 
Waar ga je heen? Die vraag kan ook gesteld worden met een geestelijke betekenis. En weet u, dan is het antwoord van Abraham niet: ‘Geen idee.’ Dan zegt hij: ik weet waar ik moet zijn. Mijn bestemming is bekend. Ik ben op weg naar een stad. Nee, niet een stad hier op aarde, maar de stad waarvan God de Ontwerper en Bouwer is. De stad van de hemelse Architect.
Hoe je daar komt? Dat heeft alles te maken met de grote Zoon van Abraham, de Heere Jezus Christus. Die kwam om te redden! Om verloren mensen te redden. Mensen die het allemaal prima zelf kunnen redden. Die zelf wel zorgen voor hun roerende en onroerende goederen. Die vooral erg vast zitten aan deze wereld. Dat blijkt wel als we onze vastigheden dreigen kwijt te raken. Dan worden het ineens ontroerende goederen.
De schrijver van de Brief aan de Hebreeën houdt ons dan een spiegel voor. Kijk eens naar Abraham. Die wist nog niets en toch ging hij. Au bon foi, in goed geloof en vertrouwen. Als erfgenaam van de belofte dat er Iemand zou komen die ook hem ging redden.
En wij… de belofte ís vervuld. Christus ís gekomen. Echt leven is er alleen met Hem en door Hem. Op weg naar de stad die fundamenten heeft – in Zijn kielzog, au bon foi. En neem ondertussen uw en jouw plaats in, op het zand en in de klei, in Barneveld en Brabant.
Waar ga je heen? Sta dan niet met een mond vol tanden, maar met een mond die zingt tot Zijn eer.
 
 ‘k Ben reizend naar die stad,
waar Christus ’t licht zal zijn,
om eeuwig daar te zijn bij Hem,
bevrijd van zorg en pijn.
Geen smart meer daar omhoog,
geen smart meer daar omhoog;
God Zelf wist daar de tranen droog,
geen smart meer daar omhoog.
 
Al ’t schoon op aarde kleeft
de vloek der zonde aan,
maar in die reine stad kan nooit
de zonde binnengaan.
 
Daar is geen dood, geen rouw,
geen leed, geen zielsangst meer;
maar eeuw’ge blijdschap wacht de ziel
daar boven bij de Heer.
 
Daar is de strijd voorbij,
daar wacht de gloriekroon;
daar vindt de ware strijder rust,
en God Zelf is zijn loon.
Ds. L. Plug